De Windmolenpalm heeft een gemiddelde waterbehoefte en doet het goed als je de grond licht vochtig houdt zonder hem te laten verzuipen. In de zomer geef je de palm eens per week water; controleer hierbij of de bovenste twee knokkels grond droog zijn voordat je opnieuw giet. In de winter is de behoefte aanzienlijk lager en volstaat water geven eens per 10 tot 14 dagen. Zorg er altijd voor dat er geen staand water in de pot of onderschaal blijft staan, want overgieten is een van de grootste risico's voor palmen. Regenwater of ontkalkwater heeft de voorkeur, omdat de palm gevoelig kan zijn voor kalk in leidingwater. Als kamerplant droog jij de grond liever iets meer uit dan een palm buiten, waar neerslag de balans helpt regelen. De Windmolenpalm heeft een redelijke droogtetolerantie, maar langdurige droogte leidt tot bruine bladpunten en verminderde groei.
De Windmolenpalm gedijt het best bij een gemiddelde tot hoge luchtvochtigheid, wat binnenshuis in droge perioden aandacht vraagt. Regelmatig sproeien met kalkvrij water is een goede manier om de luchtvochtigheid rondom de plant te verhogen en de waaierbladen fris te houden. Spuit bij voorkeur in de ochtend zodat het blad overdag kan drogen en schimmelvorming wordt voorkomen. Binnenshuis kun je ook een luchtbevochtiger in de buurt plaatsen, vooral in de winter wanneer de verwarming de lucht uitdroogt. Een bijkomend voordeel van regelmatig sproeien is dat spint hierdoor wordt ontmoedigd, een plaag die droge omstandigheden verkiest. De Windmolenpalm is bovendien luchtzuiverend en verbetert actief de luchtkwaliteit in de ruimte waar je hem plaatst.
De Windmolenpalm houdt van veel licht en staat het liefst op een zonnige, beschutte plek buiten of direct voor een raam binnenshuis. Hij verdraagt ook halfschaduw, maar groeit dan langzamer en ontwikkelt minder spectaculaire waaierbladen. Direct zonlicht is geen probleem voor deze robuuste palm; juist buiten in volle zon doet hij het uitstekend. De palm is matig gevoelig voor tocht, dus vermijd tochtige doorgangen of open ramen pal naast de plant. Binnenshuis heb jij de meeste kans op succes als je hem direct voor een naar het zuiden of westen gericht raam plaatst. De Windmolenpalm mag het hele jaar buiten staan in Nederland, want hij is vorsthard tot -15°C; bescherm jonge exemplaren wel bij strenge vrieskou met vliesdoek of een laag mulch rond de wortels.
De Windmolenpalm voelt zich het meest op zijn gemak bij temperaturen tussen de 10 en 25°C, maar is uitzonderlijk koudetolerант in vergelijking met andere palmensoorten. Hij overleeft temperaturen tot -15°C, waardoor hij zonder problemen de Nederlandse winter buiten doorstaat. Maximaal verdraagt de plant hitte tot circa 35°C, mits hij dan voldoende water krijgt en niet in de volle middagzon staat te bakken zonder enige beschutting. Binnenshuis is vrijwel elke kamertemperatuur geschikt, maar vermijd plaatsing vlak bij een verwarmingsradiator of airconditioningunit, want directe hete of koude luchtstroom irriteert de palm. De plant is matig tochgevoelig, dus houd hem uit de buurt van constant tochtige plekken, of dat nu buiten langs een windtunnel is of binnenshuis bij een altijd openstaand raam.
Tijdens het groeiseizoen, dat wil zeggen in de lente en zomer, geef je de Windmolenpalm eens per twee weken voeding. Gebruik hiervoor speciale palmenvoeding of een vloeibare kamerplantenvoeding met een goede balans tussen stikstof, kalium en sporenelementen. Palmenvoeding bevat vaak extra magnesium en mangaan, wat waaierpalmen nodig hebben om hun blad groen en gezond te houden. In de herfst bouw je de voeding geleidelijk af en in de winter geef je helemaal geen meststof meer, omdat de palm dan in rust is en overtollige voeding de wortels kan beschadigen. Door je aan dit ritme te houden geef jij de palm precies wat hij nodig heeft op het moment dat hij ernaar vraagt.
De Windmolenpalm hoeft niet vaak verpot te worden; eens per twee tot drie jaar is voldoende, en hij staat eigenlijk liever wat krap in zijn pot dan met heel veel ruimte om de wortels. Het beste moment om te verpotten is in de lente, wanneer de plant zijn groeienergie aanboort en herstelt van de ingreep. Kies een nieuwe pot die circa 20% breder is dan de huidige en zorg altijd voor een drainagegat, want stilstaand water bij de wortels is funest. Als grondmengsel gebruik je palmengrond of universele potgrond aangevuld met extra perliet of grove zand voor een goede drainage. Zet de palm na het verpotten eerst een week uit directe zon om wortelstress te beperken, en geef hem daarna wat meer water om het nieuwe substraat goed door te vochtigen.
Veelvoorkomende problemen en oplossingen
bruine bladpunten: bruine punten aan de waaierbladen zijn bij de Windmolenpalm vrijwel altijd een teken van te droge lucht binnenshuis. Verhoog de luchtvochtigheid door regelmatig te sproeien met kalkvrij water of plaats een luchtbevochtiger naast de plant. Eenmaal bruin geworden punten herstellen niet, maar nieuwe bladeren groeien gezond aan als je de omstandigheden verbetert.
trage groei: de Windmolenpalm is van nature een langzame groeier, dus maak je niet direct zorgen als je weinig nieuwe bladeren ziet verschijnen. Zorg dat de plant voldoende licht en voeding krijgt tijdens het groeiseizoen en geef hem de tijd; dit is gewoon zijn tempo. In de zomer buiten plaatsen versnelt de groei aanzienlijk door de hogere lichtintensiteit en frisse buitenlucht.
spint en andere plagen: buitenshuis is de Windmolenpalm bijzonder robuust en nauwelijks vatbaar voor ziekten of plagen. Binnenshuis kan spint soms toeslaan, vooral bij droge lucht en hoge kamertemperatuur. Bestrijdt spint door de palm regelmatig te sproeien, de bladeren af en toe af te vegen met een vochtige doek en indien nodig een insectenzeepoplossing te gebruiken.